Nieuws uit de parochie

Als een bruid in de morgen
ma 31 juli '23

Zondag 18 juni 2023, 11de zondag door het jaar (jaar A)

Er zijn nogal wat mensen die het kerkbezoek aantrekkelijker willen maken en die daarvoor, vaak met de beste bedoelingen, middelen willen gebruiken die populair zijn in de wereld, maar die niets met geloof te maken hebben.
Om daar de draak mee te steken, heb ik ooit eens in een preek gezegd: “We kunnen misschien eens een paaldanseres vragen”. Iemand heeft me dat toen heel kwalijk genomen omdat hij dacht dat het niet om een boutade, maar om een voorstel van mij ging. We hebben dat ondertussen wel uitgepraat.
Maar het probleem blijft: wij moeten de mensen niet naar de kerk lokken met zaken die niets met geloof te maken hebben. Wij moeten mensen uitdagen om de sprong van het geloof te wagen en dan zelf de schoonheid, de waarheid en de warmte en de geborgenheid die het geloof geeft te ervaren.
Het geloof zelf biedt een schoonheid en een diepte die je nergens anders vindt en die dus ook niet moeten opgesmukt worden met zaken die vreemd zijn aan dat geloof.

GELOVEN VERANDERT JE LEVEN
Geloven zelf is meer dan de moeite waard. Als je het vindt, merk je dat het je hele wezen doorstraalt, dat het een andere mens van je maakt. En vooral, dat het veel meer zin aan je leven geeft. Wat je verder ook allemaal overkomt. Want geloven is geen talisman, die je behoedt voor alle nare dingen die het leven mogelijks voor je in petto heeft en het is ook geen doekje voor het bloeden.
Maar als je van ongeloof naar geloof gaat, verandert dat je leven totaal.
Omdat geloven iets heel anders is, en veel ingrijpender dan een voorkeur laten blijken voor een of andere politieke partij of een boontje hebben voor een bepaalde voetbalploeg of een favoriet cafeetje. Geloven geeft kleur aan heel je leven, aan alle aspecten ervan. Aan je relaties, je werk, je inzet, je omgaan met liefde en tegenkanting, met verdriet en met gelukkig zijn. Gewoon met alles, met heel je manier van in het leven staan.
En het maakt je blij. Als (christelijk) geloven jezelf en de anderen niet blij maakt, dan scheelt er iets aan je geloof. Dan heb je wellicht een afwijkend en wat problematisch godsbeeld. Omdat echt geloof in een God die Liefde is je alleen maar diepe voldoening en vrede kan geven.
Omdat je dan, en dat is misschien een goede definitie van wat christelijk geloven juist is, omdat je dan met heel je wezen weet dat het waar is wat Christus ons leert; met heel je wezen aanneemt dat God bestaat, dat Hij oneindig veel van ons houdt, ook al begrijpen we niet altijd alles wat ons overkomt; dat wij een persoonlijke relatie met Hem kunnen opbouwen. En dat het doel van ons leven is, steeds meer te groeien in liefde om uiteindelijk in God zelf te worden opgenomen.
Niet als een druppel die in een oceaan wordt opgenomen en verdwijnt, maar als bewuste persoon die eeuwig verder leeft. Hoe, dat weet geen mens. Maar als christen geloof je dat.

EXISTENTIEEL
En dat geloven is iets existentieels. Je gelooft daarin niet met je verstand alleen, of met je gevoel alleen, of omdat je een zekere mystieke aanleg hebt of omdat je instinctief weet dat het universum en al het bestaande één is. Neen, je gelooft vanuit al deze bronnen van kennis samen.
Je gelooft vanuit je verstand, je hart, je gevoel, en zelfs vanuit je instinct.
Kortom vanuit je hele persoon. Al je vermogens moeten ingeschakeld zijn. Religieus geloof heeft een sterke zin voor het mysterie, het ongrijpbare. Maar als je geloof op puur gevoel berust en tegen je verstand ingaat, laat het dan vallen als iets dat onvolwassen is en zelfs gevaarlijk.
Maar als je geloof puur rationeel is, dan krijg je heel vlug moralisme i.p.v. geloof.
En fanatisme. Dan krijg je het geloof van een mens die als het ware geamputeerd is.
Chesterton geeft hier op zijn eigen onnavolgbare wijze een voorbeeld van. Je weet, zegt hij, dat er mensen zijn die er oprecht van overtuigd zijn dat ze Christus zijn of Napoleon.
Wij zijn nogal rap om van zo’n mens te zeggen dat hij zijn verstand kwijt is.
Neen, zegt Chesterton, zo iemand is ongeveer alles kwijt, behalve juist zijn verstand. Hij wordt niet gehinderd door gevoelens van medelijden of humor of door ervaring, door gevoel voor relativering, kortom door alles wat “gezond verstand” heet. Er is alleen nog verstand en redeneren. Alles is heel logisch en hij kan ook “bewijzen” dat hij Napoleon is.
Om maar te zeggen: wij zijn meer dan ons verstand alleen en geloven doe je met heel je wezen.

HELEN EN HEEL-ZIJN
Zoals je als mens ook veel meer bent dan het materiële, het spirituele, het rationele of het emotionele alleen. Wij zijn een geheel van dat alles.
En zo moet ons geloof ons hele wezen doortrekken, het moet ons hele wezen ontbolsteren en tot voltooiing brengen. En het wil ook anderen gelukkig maken.
Laten wij daarom terug iets doen aan dat geloof. Het versterken in onszelf en het ook terug doorgeven. Geloof me, ook buiten onze kerkmuren beginnen de mensen dat eindeloos getoet over “genieten” en “goed zorgen voor jezelf” grondig moe te worden.
Misschien is de tijd al rijp.
Je kan de christelijke boodschap tegenwerken, ridiculiseren, doodzwijgen of zelfs vervolgen. Maar uitwissen kan je ze niet. Ze is in zo goed als heel de wereld in de genen van de mensen gekropen.
Vroeg of laat staat ze daar terug. Authentiek en los van de ballast van eeuwen.
Jong, aantrekkelijk en fris. Als een bruid in de morgen.

De kaalslag tegengaan
ma 31 juli '23

Zondag 11 juni 2023, 10de zondag door het jaar (jaar A)

Een tijd geleden begon de zoon van een vriend van mij aan zijn studies in Leuven.
Het duurde niet lang of hij had al enkele goeie kameraden onder zijn collega-studenten. En op een dag vroeg een van die mannen hem verbijsterd: maar hoe is dat nu mogelijk? Je kiest voor de wetenschap en nu merk ik dat je ook godsdienstig bent en zelfs regelmatig naar de mis gaat.
Wat mij, als christen, daarbij verbijstert, is dat een jongeman, een student die toch ook niet onnozel is, in 2023 nog zo’n debiele vragen stelt, nog met zo’n ideeën rondloopt.
Want de gedachte dat geloof en rede, godsdienst en wetenschap niet samengaan is een restant van de Verlichting. Die Verlichting heeft ons veel goeds gebracht. Maar, zoals dat altijd het geval is bij aardverschuivingen in de geschiedenis, zorgde ze daarnaast ook voor een paar overdrijvingen en misvattingen.
De gedachte dat geloof en wetenschap niet samengaan, dat de wetenschap het geloof opheft en vervangt, is zo’n miskleun.

PASSÉ
Ik ben er zeker van dat geen enkele serieuze wetenschapper daar nu, bijna 3 eeuwen later, nog achter staat.
Er zijn ongetwijfeld veel wetenschappers die niet geloven. Zoals er veel gelovigen zijn die zich totaal niet interesseren voor wetenschap. En zoals er voetballiefhebbers zijn die zich noch aan geloof, noch aan wetenschap interesseren, maar die ervan overtuigd zijn dat voetbal het allerbelangrijkste is in het leven en in de kosmos.
Maar ik denk niet dat echte wetenschappers, degenen die zelf niet geloven, vandaag nog vinden dat geloof en wetenschap onverenigbaar zijn. Dat, m.a.w., gelovigen een beetje imbeciel zijn.
De mannen van de Verlichting vonden dat wel. En hun ideeën bleven lange tijd alleen circuleren onder de elites. Pas bij de democratisering van het onderwijs, daalden ze af naar “lagere regionen”. En het lijkt erop dat ze zich daar nu genesteld hebben en er door mindere goden verspreid worden. Door de leraar fysica bijvoorbeeld, of de mevrouw van godsdienst die kritisch wil overkomen. Maar het zijn verkalkte opvattingen, die men in de wetenschappelijke hemel al lang verlaten heeft.

HANDIG
Maar hoe komt het dan, kan je je afvragen, dat die voorbijgestreefde opvatting er bij vele “gewone” mensen nog altijd ingaat. En dat in het verleden zoveel van onze mensen in West-Europa zijn afgehaakt, met dát als “argument”.
Ik denk -eerlijk gezegd- omdat het ons goed uitkomt. Het is een heel eenvoudige verklaring, maar het is er een die ik -voor een keer- haal uit de wetenschap zelf. Namelijk: als je een probleem moet oplossen of een verklaring moet vinden (in de astronomie bijvoorbeeld), dan is de eenvoudigste verklaring bijna altijd de juiste.
En, inderdaad, vandaag komt het ons vaak goed uit dat het geloof geen grote rol meer speelt in het maatschappelijke en in ons persoonlijk leven.
Vroeger kon de pastoor op de preekstoel manhaftig van leer trekken tegen “het losbandig leven”. De overgrote meerderheid van de mensen die in de kerk zaten te luisteren, konden daar volmondig mee instemmen. Ze hadden gewoon de kans niet om losbandig te leven, ze hadden daar de middelen niet voor. Tegenwoordig, bij de huidige welvaart, hebben we die wel. En dat verandert natuurlijk alles. Ook wat onze opvattingen betreft. Wij worden als vanzelf veel “breder”, veel toleranter, veel meer open-minded.
Op zich is er niets op tegen dat onze opvattingen evolueren. Maar je kan natuurlijk ook zover gaan dat je er de hele godsdienst voor op de kast zet. Wat inderdaad ook vaak gebeurt. Maar dan moet je eerlijk zijn met jezelf. Ook wij zijn kinderen van onze tijd, maar als je je geloof vaarwel zegt, gebruik je best geen verkalkte argumenten van 300 jaar geleden.

ANDERE TAAL
Ons geloof en de menselijke rede staan niet tegenover elkaar. Allebei zoeken ze, ieder op z’n eigen manier, naar de waarheid. Soms zijn er (uiteraard!) wrijvingen geweest, maar in de regel maakt het katholicisme altijd dankbaar gebruik van wetenschappelijke bevindingen. En daar waar de ratio niet kan binnendringen, voor een muur staat, gaat het geloof verder. En dáár kan ze natuurlijk geen wetenschappelijke taal meer bezigen en gebruikt ze een andere taal. Geloof gebruikt dan verhalen, poëzie, riten en symbolen om te laten oplichten wat in gewone taal niet te vatten is.
En precies dat eigene van het geloof zijn wij aan het verkwanselen door alles rationeel te willen uitleggen en door van ons geloof een moralistisch en politiek gebakje te maken. Zodat wat de pastoor ’s morgens in de kerk preekt bijna helemaal hetzelfde is als wat minister Vandenbroucke ’s avonds op tv komt vertellen. Waardoor de reden om naar de kerk te gaan helemaal wegvalt.

KRUISJE
Laten wij daar iets aan doen. Je kent mij lang genoeg om te weten dat ik de laatste zal zijn om allerlei zinloos geworden dingen weer in te voeren. Maar wij moeten in ons geloof wel terug openkomen voor spiritualiteit en mysterie. Voor God.
De enige goeie reden om naar de kerk te komen is: contact zoeken met God, met het heilige, met de diepte van het leven. Alle andere redenen zijn niet de juiste.
En daarom zou ik vandaag een voorstel willen doen. Iets heel eenvoudigs, maar toch heel belangrijk, vind ik.
Sinds corona hebben wij radicaal gekapt met een 1000-jaar oud gebruik, namelijk met het maken van een kruis als we de kerk binnenkomen.
En nochtans is dat een heel belangrijk gebaar omdat het je meteen in de juiste stemming brengt. Omdat dat simpele gebaar in staat is je te laten beseffen dat je niet een café, of een bank of een winkel binnenkomt, maar een gewijde ruimte, een huis van gebed.
Laten we dat terug doen. Een kruis maken als we binnen komen, met of zonder wijwater. Godsdienst is nog oneindig veel meer dan alleen maar een moraal.

De Geest die in ons ademhaalt
ma 31 juli '23

Zondag 4 juni 2023, Heilige Drie-eenheid (jaar A)

Een ketterij, zei Chesterton, dat is een waarheid die op hol geslagen is.
Het pelagianisme is een schoolvoorbeeld van zo’n waarheid, zo’n juist inzicht dat, te strak doorgetrokken, helemaal van de weg afrolt en in onwaarheid en begoocheling terecht komt.
Pelagius was van oordeel dat de mens op eigen natuurlijke kracht zijn bestemming, zijn heil, zijn verlossing kon bereiken.
In het grote dispuut dat daarop volgde, moest hij, zo’n goede 1600 jaar geleden, het afleggen tegen Augustinus die in dit proces de werking van Gods geest in de mens, de voornaamste rol toekende.
Maar op dit ogenblik, in onze tijd, is Pelagius weer helemaal in en “hot”, zonder dat zijn naam nog uitdrukkelijk vernoemd wordt.
Want de hedendaagse mens is als nooit tevoren ervan overtuigd dat uiteindelijk hijzelf en niemand anders de bewerker is van zijn eigen heil.
Hij kan daarbij wel hulp zoeken en die ook vinden in studie en opleidingen, en in goede raad van vrienden, maar uiteindelijk is hijzelf de bewerker van zijn eigen heil. Denkt hij.

HEILIGE GEEST
Maar dat is gewoon niet waar. Je eigen inzichten en de raad die je vindt in boeken en bij vrienden kunnen je wel helpen bij het uitbouwen van een carrière, het sleutelen aan je sociale status of aan je inkomen.
En het kan je zelfs helpen aan een zeker welbehagen, fysiek en emotioneel.
En dat is erg belangrijk natuurlijk.
Maar als het gaat om het ontbolsteren en openbloeien van je bestaan en het vinden van bevrijding en levensvervulling dan is heel die idee van zelfrealisatie, de gedachte dat ik het allemaal zelf in handen heb, alles zelf kan realiseren, de meest dwaze idee van deze tijd.
Omdat je dan in geen enkele mate rekening houdt met de diepste kracht die in ons leeft en die toch niet helemaal van onszelf is: de Geest van God.
De Geest die, naar het woord van de Schrift, “in ons leeft en ademhaalt, die ons bewoont”. De Geest die ons voortdurend lokken wil om te worden wie we zouden kunnen zijn, wie we zouden moeten zijn om onze bestemming te bereiken. En om, in plaats van ons leven te verdoen met “bijkomstige zaken”, uit te groeien tot een echte mens, bekwaam om lief te hebben en om precies daarin gelukkig te worden.

GELUKKIG ZIJN
Als God bestaat en als Hij liefde is, wat christenen geloven, dan kan alleen maar het uitgroeien tot liefdevolle mensen onze bestemming zijn en volheid en heelheid en vervulling aan ons leven geven.
Maar je kan dat ook minder theoretisch bekijken.
Kijken we gewoon naar ons eigen leven, onze eigen ervaring.
Wanneer zijn wij echt gelukkig? En dan heb ik het over echt gelukkig zijn, niet over: wanneer vinden we iets plezant of aangenaam of leuk (veel geld hebben bijvoorbeeld, wat inderdaad heel leuk is). Maar dan heb ik het over: wanneer zijn we echt gelukkig, zijn we blij en content met ons leven?
Toch alleen maar als we beminnen, en ons bemind weten. Door onze ouders, onze partner, onze kinderen, door de mensen om ons heen.
Het is precies daar op dat punt dat de Geest ons wil helpen. (En hier keren we even terug naar Pinksteren).

OMVORMENDE KRACHT
Soms is zijn tussenkomst die van een storm die alles in vuur en vlam zet en ons totaal omvormt. Het was de Geest die van stamelende Petrus een vurige redenaar maakte en van de kerkvervolger Paulus een apostel die het halve Romeinse rijk bekeerde. De Geest die de bijna blinde en stervende Franciscus het juichende Zonnelied ingaf en die van de oerconservatieve bisschop Romero een vechter voor de allerarmsten maakte.
Soms werkt de Geest inderdaad als een storm en een vuur dat alles omverblaast en mensen totaal vernieuwt. Soms echter lijkt Hij meer op het suizen van een bries, het fluisteren van een avondlijk woud. Maar zijn omvormende kracht blijft dezelfde. Misschien brengt Hij ons zover dat we terug goeiendag zeggen tegen iemand die we jaren voorbij liepen of een vriendelijk woordje vinden voor wie we vroeger niet eens zagen staan.
Het lijkt niet veel, het lijkt bijna niets. Maar zo werkt Hij soms dus ook.
Misschien merken we het niet eens. Maar Hij verandert ons grondiger dan we voor mogelijk houden. Soms vermag de stille bries nog meer dan storm en vuur.
Maar we moeten de Geest wel toelaten om ons “in-en-uit te gaan”.
God dwingt nooit. Wij zijn vrij.
Maar Hij wil ons in ieder geval helpen om een zinvol leven te leiden.
En Hij helpt echt. Maar je moet het uitdrukkelijk vragen.

Pinksteren
ma 31 juli '23

Zondag 28 mei 2023, Pinksteren (jaar A)

Een ketterij, zei Chesterton, dat is een waarheid die op hol geslagen is.
Het pelagianisme is een schoolvoorbeeld van zo’n waarheid, zo’n juist inzicht dat, te strak doorgetrokken, helemaal van de weg afrolt en in onwaarheid en begoocheling terecht komt.
Pelagius was van oordeel dat de mens op eigen natuurlijke kracht zijn bestemming, zijn heil, zijn verlossing kon bereiken.
In het grote dispuut dat daarop volgde, moest hij, zo’n goede 1600 jaar geleden, het afleggen tegen Augustinus die in dit proces de werking van Gods geest in de mens, de voornaamste rol toekende.
Maar op dit ogenblik, in onze tijd, is Pelagius weer helemaal in en “hot”, zonder dat zijn naam nog uitdrukkelijk vernoemd wordt.
Want de hedendaagse mens is als geen andere ervan overtuigd dat uiteindelijk hijzelf en niemand anders de bewerker is van zijn eigen heil.
Hij kan daarbij wel hulp zoeken en die ook vinden in studie en opleidingen, en in goede raad van vrienden, maar uiteindelijk is hijzelf de bewerker van zijn eigen heil. Denkt hij.
Maar dat is gewoon niet waar. Je eigen inzichten en de raad die je vindt in boeken en bij vrienden kunnen je wel helpen bij het uitbouwen van een carrière, het sleutelen aan je sociale status of aan je inkomen.
En het kan je zelfs helpen aan een zeker welbehagen, fysiek en emotioneel.
En dat is erg belangrijk natuurlijk.
Maar als het gaat om het ontbolsteren en openbloeien van je bestaan en het vinden van bevrijding en levensvervulling dan is heel die idee van zelfrealisatie, de gedachte dat ik het allemaal zelf in handen heb, alles zelf kan realiseren, de meest dwaze idee van deze tijd.
Omdat je dan in geen enkele mate rekening houdt met de diepste kracht die in ons leeft en die toch niet helemaal van onszelf is: de Geest van God.
De Geest die, naar het woord van de Schrift, “in ons leeft en ademhaalt, die ons bewoont”. De Geest die ons voortdurend lokken wil om te worden wie we zouden kunnen zijn, wie we zouden moeten zijn om onze bestemming te bereiken. En om, in plaats van ons leven te verdoen met “prullen”, uit te groeien tot een echte mens, bekwaam om lief te hebben en om precies daarin gelukkig te worden.
Als God bestaat en als Hij liefde is, wat christenen geloven, dat kan alleen maar het uitgroeien tot liefdevolle mensen onze bestemming zijn en volheid en heelheid en vervulling aan ons leven geven.
Maar je kan dat ook minder theoretisch bekijken.
Wanneer zijn wij mensen echt gelukkig? En dan heb ik het over echt gelukkig zijn, niet over: wanneer vinden we iets plezant of aangenaam of leuk (veel geld hebben bijvoorbeeld, wat inderdaad heel leuk is). Maar dan heb ik het over: wanneer zijn we echt gelukkig, zijn we blij en content met ons leven?
Toch alleen maar als we beminnen, en ons bemind weten. Door onze ouders, onze partner, onze kinderen, de mensen om ons heen.
Het is precies daar op dat punt dat de Geest ons wil helpen.
Soms is zijn tussenkomst die van een storm die alles in vuur en vlam zet en ons totaal omvormt. Het was de Geest die van stamelende Petrus een vurige redenaar maakte en van de kerkvervolger Paulus een apostel die het halve Romeinse rijk bekeerde. De Geest die de bijna blinde en stervende Franciscus het juichende Zonnelied ingaf en die van de oerconservatieve bisschop Romero een vechter voor de allerarmsten maakte.
Soms werkt de Geest inderdaad als een storm en een vuur dat alles omverblaast en mensen totaal vernieuwt. Soms echter lijkt Hij meer op het suizen van een bries, het fluisteren van een avondlijk woud. Maar zijn omvormende kracht blijft dezelfde. Misschien brengt Hij ons zover dat we ineens terug goeiendag zeggen tegen iemand die we jaren voorbij liepen of een vriendelijk woordje vinden voor wie we vroeger niet eens zagen staan.
Het lijkt niet veel, het lijkt helemaal niets. Maar zo werkt Hij soms ook.
We merken het niet eens. Maar Hij verandert ons grondiger dan we voor mogelijk houden. Soms vermag de stille bries nog meer dan storm en vuur.
Maar we moeten de Geest wel toelaten om “in-en-uit te gaan”.
God dwingt nooit. Wij zijn vrij.

EUCHARISTIEVIERING WOONZORGCENTRUM DEN BOOMGAARD
ma 31 juli '23

DSCF0731.JPGVan harte welkom om op woensdag 2 augustus ’23 om 14.30 uur mee eucharistie te vieren in Residentie Den Boomgaard (Stationsstraat).

Ook u, als niet-bewoner en niet-familielid, bent welkom om mee te vieren met de bewoners en pastoor Luc.

Lazarus
ma 31 juli '23

Zondag 26 maart 2023, 5de zondag van de Veertigdagentijd (jaar A)

“Waart Gij hier geweest!”, klaagt Martha, want Jezus stelde altijd maar uit en als Hij tenslotte in Bethanië aankomt, is Lazarus dood.
En nochtans hield Hij van Martha en Maria en Lazarus.
En dan is er dat merkwaardig gesprek tussen Martha en Jezus. Het is een gesprek dat er duidelijk op gericht is haar geloof in de wonderdoener, de genezer, de magiër te laten uitgroeien tot echt geloof, het geloof namelijk dat in Jezus de bron van het leven zelf onder ons gekomen is.
Jezus zegt haar: “Uw broer zal verrijzen”.
Voor Martha is dat niets nieuws: zoals vele Joden uit haar tijd geloofde zij in een vaag voortbestaan na de dood.

OVERGANG
Daarom trekt Jezus haar aandacht naar Hemzelf: Wie in mij gelooft, hoeft niet te hopen op een schimmenbestaan later.
Ik bén verrijzenis en leven.
In het geloof in Jezus gebeurt dus de overgang van de dood naar leven.
Niets minder dan dat zegt Hij tot haar.
Wanneer ik vandaag beslis te geloven, dan is die overgang belangrijker dan de overgang als ik sterf.
Daardoor wordt de tragiek van het sterven niet verkleind, de dood blijft bestaan, maar ons leven in geloof wordt nu onlosmakelijk in verband gebracht met ten volle leven vóór en na de dood.
Wie gelooft in Jezus, draagt ondanks het sterven, het eeuwig leven reeds in zich, omdat hij leeft vanuit Hem die de bron van leven is.
Veel meer nog dan een spectaculair wonder, is de opwekking van Lazarus een teken. Een teken dat wij met het aanvaarden van Jezus, binnentreden in het leven van God, opgenomen worden in het leven van de Eeuwige.

HIJ SLAAPT
Gemeten aan de eeuwigheid is ons aardse leven slechts een zucht, “Kortstondig als een droom die afbreekt in de ochtend”, zegt de Schrift.
Ook de fysieke dood, het meest afgrijselijke wat wij ons kunnen voorstellen, zeker als het gaat om de dood van iemand waar we van houden, een dood die ons verschrikkelijk pijn doet en die ons eigen leven minstens voor een tijd leeg en zinloos maakt, ook die dood wordt door Jezus helemaal gerelativeerd.
“Hij slaapt alleen maar”, zegt Hij. Het lijkt wel of Hij de draak steekt met het diepe verdriet van de verwanten, met heel het tragische gebeuren, met de familie in rouw, de fluitspelers, de opgetrommelde klaagvrouwen, het hele macabere gebeuren.
En nochtans laat de tekst er geen twijfel over bestaan: Lazarus ik wel degelijk gestorven. Hij is al 3 volle dagen dood. Hij ruikt al, staat er letterlijk.
Maar Jezus blijft erbij dat Hij alleen maar slaapt.

TEKEN
En om zijn woorden kracht bij te zetten, roept Hij Lazarus uit het graf.
Niet als een soort magische krachttoer, maar als een teken dat leven, echt leven, eeuwig leven alles te maken heeft met opgenomen zijn in het leven van God.
En dat ons fysieke bestaan, ons leven vóór onze zogenaamde dood, ons de kans biedt om in dat leven opgenomen te worden.
Zonder enige twijfel is Lazarus enkele jaren later opnieuw neergelegd in zijn graf. En dan zal er geen Jezus zijn om hem nog een tweede keer terug in de wereld te zetten. En dat heeft ook geen belang.
Belangrijk is alleen de vraag of Lazarus tegen dat het zover is al tenminste geprobeerd heeft om binnen te treden in dat leven, in die invloedssfeer van God, en zich te koesteren in en deel te nemen aan de liefde en de zorg van de Vader.

EEUWIG LEVEN
Mensen dromen er stilletjes van dat de dokters ons met de tijd tientallen jaren langer zullen laten leven. Er is in Californië zelfs al een heel circus van miljonairs die zichzelf na hun dood laten invriezen om later, als de geneeskunde verder is, terug tot leven gebracht te worden. Ook dat zou natuurlijk alleen maar uitstel zijn.
Maar als wij ons serieus toekeren naar God, moeten wij niet speculeren op enkele jaren méér en staat ons eeuwig gelukkig zijn te wachten.
Niet minder dan dat.

Eigen Godservaring en kerkelijke leer
ma 31 juli '23

Zondag 19 maart 2023, 4de zondag van de Veertigdagentijd (jaar A)

Het verhaal van de genezing van de blindgeborene is om meerdere redenen een merkwaardig verhaal. Om te beginnen is daar het magisch-ritueel gebaar van het bestrijken van de ogen van de blinde met slijk. Een gebaar dat helemaal niet past bij Jezus en eerder thuishoort bij sjamanen en tovenaars.
Maar het verwijst duidelijk naar het scheppingsverhaal, waar God de mens schept uit stof van de aarde. En wat Jezus hier doet, sluit daarbij aan: Hij geeft deze mens een heel nieuw leven. Je moet daar eens eventjes bij stilstaan: Jezus GENEEST de blinde niet, Hij geeft hem het zicht niet terug. Neen, het gaat om iemand die blind geboren is. Wij kunnen ons daar weinig bij voorstellen, en de blinde al helemaal niet. Die man besefte niet eens wat zien is. Leg maar eens uit aan iemand die blind geboren is, dat andere mensen kunnen zien. . .
Jezus schenkt deze mens m.a.w. het leven zelf. En dat is ook de betekenis van het verhaal: het gaat om veel meer dan een genezing.

DOGMA´S
En dan neemt het verhaal een nieuwe wending. De man wordt van hot naar haar en van het kastje naar de muur gestuurd. De andere spelers in het stuk beginnen zich erg irritant te gedragen: hij moet zich voortdurend verantwoorden. Het starre ongeloof wordt zelfs een beetje amusant.
Eerst geloven ze niet dat hij wel degelijk blind geboren was. En daarna zeggen ze dat het wonder niet kan gebeurd zijn door toedoen van Jezus. Want voor de mannen van de theologie, de regels en de dogma’s, is Jezus een buitenstaander, een soort religieuze hippie die niet serieus moest genomen worden.
Dat is zo al duizenden jaren in alle culturen: alles wat niet geijkt kan worden op de heersende ideologie of de officiële leer, de officiële theologie en dogmatiek, het officiële instituut, werd en wordt verworpen en vervolgd. Meer nog door het staatsgezag dan door de clerus. Omdat het de orde in de samenleving ondermijnt en de chaos introduceert.

OMGEKEERD
Tegenwoordig zitten we eerder met het tegenovergestelde probleem.
Voor vele gelovigen is hun eigen aanvoelen en ervaring veel belangrijker dan wat Kerk en theologie ons te vertellen hebben. En ook dat is niet altijd terecht. Wij leven in een jachtige tijd met heel veel vluchtige indrukken.
Het kan nooit kwaad je eigen religieuze ervaringen te toetsen aan wat eeuwenoude inzichten ons te bieden hebben.
C.S. Lewis heeft daar een interessant verhaal over.
Hij had eens een toespraak over theologie gehouden voor luchtmachtpersoneel en toen stond er een oude, wat stugge, officier recht en die zei: ik heb hier helemaal niets aan. Ik ben echt wel een religieus mens. Ik weet dat er een God is. Ik heb Hem gevoeld, helemaal alleen, ’s nachts in de woestijn: het geweldige mysterie. Maar daarom geloof ik nu juist niet in al die keurige dogma’s en formules over God. Die zijn allemaal zo nietig en betweterig en onwerkelijk, als je weet waar het echt om gaat.

KAART
En Lewis zegt: Ik kan hem volgen. Als je een echte godservaring gehad hebt en je gaat dan kijken naar christelijke leerstukken, dan ga je inderdaad van iets werkelijks naar iets minder werkelijks.
Hetzelfde heb je wanneer je op het strand naar de oceaan kijkt. En dan daarna thuis de oceaan opzoekt in een atlas. Ook dan ga je van iets werkelijks naar iets minder werkelijks. Van werkelijke golven naar een stukje gekleurd papier.
Maar nu komt het: dat stukje gekleurd papier berust op wat duizenden mensen te zien kregen door werkelijk op de oceaan te varen. Achter het stukje gekleurd papier schuilt een massa ervaring, die even werkelijk is als de ervaring die je op het strand kan hebben. Maar terwijl dat laatste slechts een losse indruk is, voegt de kaart al die verschillende ervaringen samen.
En er is nog iets. Zelf naar de zee kijken is veel prettiger dan een kaart bestuderen, zolang je tevreden bent met een strandwandeling.
Maar als je naar Amerika wil, heb je een kaart nodig.
Ik vind dit nog altijd het beste verhaal over het verschil én de relatie tussen eigen (Gods)ervaring en kerkelijke leer en theologie.
Hopelijk hebt u er wat aan.

Adam en Eva
ma 31 juli '23

Zondag 12 maart 2023, 3de zondag van de Veertigdagentijd (jaar A)

De voorbije weken hebben we stukken uit het eerste en het tweede scheppingsverhaal gelezen. De Bijbel begint inderdaad met twee verschillende en enigszins van elkaar afwijkende scheppingsverhalen. Wat op zich natuurlijk al een zeer duidelijke aanwijzing is dat het inderdaad om verhalen gaat. Verhalen die niet de bedoeling hebben exact weer te geven wat er gebeurd is, maar die iets willen laten oplichten van de diepte die vermoed wordt achter de zichtbare werkelijkheid.

Verhalen
Dat is tenslotte waar religie zich mee bezighoudt.
Toen het Oude Testament vorm kreeg, was er nog geen wetenschap.
Er waren nog geen astronomen en archeologen, geen telescopen en geen evolutionaire biologen.
Goddank eigenlijk, want anders had het religieus denken zich nooit kunnen ontwikkelen en was het al van meet af aan met magie en bijgeloof op een hoopje gegooid en in de wieg versmacht.
Religieuze inzichten over de werkelijkheid-achter-de-zichtbare-werkelijkheid bekom je niet door meten en berekenen, maar door nadenken, bidden en mediteren.
Het gaat trouwens om fenomenen en ervaringen die heel reëel zijn, maar die je niet met verstand, logica en wetenschap alleen kan plaatsen.
En dus probeer je je aanvoelen te vertellen met een verhaal.
Bijna het hele Oude Testament is daar een voorbeeld van. Diepe godsdienstige inzichten, verpakt in een voor iedereen begrijpelijk verhaal.
Maar dus wel een verhaal.

Letterlijk
Met de tijd echter begon men die verhalen – het scheppingsverhaal bijvoorbeeld – letterlijk te nemen. Mensen zoals Augustinus hadden in de vierde eeuw al door dat het ging om volksverhalen, die gebruikt werden om de moeilijk bewijsbare stelling dat God de oorsprong van alles is, eenvoudig onder woorden te brengen en aannemelijk te maken.
Toen de Kerk echter steeds invloedrijker werd en grotendeels instond voor rust, orde en samenhorigheid binnen de maatschappij, kon zij niet toelaten dat er zomaar losjes werd omgesprongen met de Bijbel.
En werd het letterlijk nemen van alles, ook van de verhalen, vanzelfsprekend.
Net zoals de huidige beleidsmensen niet kunnen toelaten dat iedereen de wetten en regels zomaar interpreteert naar eigen goeddunken.
Maar daardoor zag men steeds minder in dat die verhalen letterlijk nemen tot in de details eigenlijk zeer ketters was. Omdat minder belangrijke woorden en zinnen ineens heilig werden, terwijl de eigenlijke betekenis van het verhaal wel eens verloren ging.
Laten we daarom, als voorbeeld, het scheppingsverhaal eens van naderbij bekijken.

Vrouwonvriendelijk
In het eerste scheppingsverhaal lezen we dat God de mens kneedt uit klei van de aarde en daarna de vrouw maakt uit een rib van de man.
Eigenlijk kan je bijzonder moeilijk aannemen dat mensen dat ooit echt geloofd hebben.
God die zowel het beroep van pottenbakker als van slager moet uitoefenen om de mens op de wereld te krijgen.
Maar nu komt het: hoewel vandaag niemand nog aanneemt dat je dit verhaal letterlijk moet nemen, zijn er toch talloze mensen, vrouwen vooral, die zich ergeren aan de gebruikte woorden en zinnen, aan het hele verhaal.
Maar dat kan dus alleen maar als je het verhaal toch letterlijk neemt en niet zoekt naar de echte betekenis, naar wat het echt wil zeggen.
Want het klinkt nogal vrouwonvriendelijk als zij gewoon uit een rib, een onderdeel van de man is ontstaan. En vooral het woordje “mannin” werkt vele vrouwen danig op de heupen. Terecht overigens.
Maar de betekenis van het verhaal is juist het tegenovergestelde van vrouwonvriendelijk.

Evenwaardig
God heeft de eerste mens geschapen en dat was blijkbaar een man. En om die te plezieren schept Hij ook de planten en de dieren en al de heerlijkheden van het aards paradijs. Maar de mens blijft eenzaam. Een wezen dat echt bij hem paste, vond hij niet.
En dus schept God de vrouw uit een stuk van de man. M.a.w. Hij geeft de man een partner die “been van zijn been is, vlees van zijn vlees”. De enige partner die hem waardig is, die evenwaardig is.
Je moet daarbij ook bedenken dat deze tekst geschreven werd in een tijd waarin de vrouw overal als minderwaardig, niet veel meer dan een slavin, werd beschouwd.
Bij sommige volkeren zelfs niet veel meer dan een dier. Zelfs bij de hoogontwikkelde Grieken, de “vaders van onze beschaving”, vind je vaak een verbijsterende vrouwenhaat.
Midden in die wereld ontstaat hier een tekst die de evenwaardigheid van de vrouw vooropstelt.
Het loont dus echt wel de moeite om voorbij de tekst van het verhaal te kijken naar wat er eigenlijk gezegd wordt.

De prijs van echt leven
ma 31 juli '23

Zondag 5 maart 2023, 2de zondag van de Veertigdagentijd (jaar A)

Vandaag lezen we over de roeping van Abraham.
Roeping heeft in het joods-christelijke denken altijd de betekenis gehad van weggezogen worden uit je vertrouwde omgeving, breken met je oude manier van denken en doen. Je hele vroegere manier van leven achter je laten, vaak ook je vrienden en de omgeving die je gewend was.
Abraham moet zelfs zijn volk verlaten en op zoek gaan naar een nieuw land zonder te weten waar en of hij dat vinden zal. “Op goed vallen uit”.
Een nog radicalere vorm van breken met het verleden kan ik mij moeilijk voorstellen, zeker in een tijd dat er geen smartphones bestonden, niet eens een postbedeling. Er waren geen contacten meer.

ONZEKERHEID
Roeping gaat dus altijd ook gepaard met onzekerheid. Over de toekomst word je volledig in het ongewisse gelaten. Je kan alleen vertrouwen. Vertrouwen dat het goedkomt. En er is nog iets dat niet zo prettig is om horen.
Roeping -u heeft al lang door dat het hier gaat om de roeping van elke christen, niet alleen van paters en nonnetjes- roeping heeft zoals gezegd altijd te maken met verleid worden om je oude manier van leven achter je te laten en te vervangen door een ander, een nieuw bestaan dat zinvoller is, meer in overeenstemming met de bedoeling die God met je heeft.
Maar je hebt op geen enkele manier de garantie dat je leven ook aangenamer of leuker zal worden. Je zou zelfs geneigd zijn het tegendeel te denken.
Al was het maar omdat je juist uit de gezapigheid en het comfort van je gesetteld leventje wordt weggehaald en in een situatie terechtkomt die je niet onder controle hebt en die je aanvankelijk ook erg ongelukkig kan maken.

PERSPECTIEFWISSEL
Ik blijf hier wat langer bij stilstaan omdat het om een zeer belangrijk punt van ons geloof gaat. Het gaat hier om niet minder dan een Copernicaanse revolutie in het religieuze denken.
Typisch voor het heidendom is dat je de goden probeert gunstig te stemmen.
Want die kunnen je het leven ook bijzonder zuur maken. En dus breng je beter offers om ze aan je kant te krijgen. Om gunsten te bekomen. Om hun van alles te vragen.
In het christelijk geloof is het op de eerste plaats God die vragende partij is.
Is het God die iets van jou verlangt. En niet zomaar iets. Hij verlangt dat je je leven afstemt op wat Hij van je wil in plaats van dat Hij ons hulpje is als wij bezig zijn met goed voor onszelf te zorgen.
Je voelt al onmiddellijk dat dit heidense denken het niet zomaar opgegeven heeft.
Je vindt het nog overal terug. Maar in wezen is ons godsdienstig perspectief gewijzigd. God wil ons helpen om een zinvol leven te leiden. En dat is iets anders dan het geloop van de ene genieting naar de andere.

LEVENSVERVULLING
Dat wil niet zeggen dat wij onszelf geen aangenaam leven mogen wensen.
En genieten van “les bonnes choses de la vie”: af en toe een feestje, lekker eten en drinken, vakantie nemen en op reis gaan, het hoort er allemaal bij, het geeft kleur aan ons leven. Christenen zijn absoluut geen geheelonthouders.
Maar het genieten van “de goeie dingen van het leven” geven op zich geen levensvervulling. Als je het aantal “leuke momenten” altijd maar opvoert en altijd maar meer en vaker feestviert en lekker eet en reist en geniet, dan word je daar niet gelukkiger om. Geluk en levensvervulling vind je in het iets betekenen voor anderen. In het belangrijk zijn voor je vrouw, je kinderen, je vrienden.
In het iets betekenen voor mensen die je nodig hebben. Dat kan soms moeite kosten en veel van je vragen. Maar iets betekenen voor anderen geeft juist betekenis aan je eigen leven.
Soms kan dat extreem ver gaan. Zijn, er helemaal willen zijn voor anderen, kostte Jezus uiteindelijk zelfs zijn leven.

ROES
Het heeft dus ook geen zin om de navolging van Jezus voor te stellen als een soort triomftocht, als een opeenvolging van hoeramomenten.
Als je Hem wil navolgen, ook als je dat gematigd en bedachtzaam aanpakt, zal je momenten in je leven kennen dat je God heel sterk nabij weet en kracht krijgt om verder te gaan. Tabor-momenten zeg maar.
Maar evengoed zullen er de momenten zijn van mislukking, teleurstelling, je alleen-gelaten voelen. Het leven is nu eenmaal zo. Als er in je leven alleen maar momenten van verrukking zijn, dan leef je in een kunstmatig in stand gehouden roes. Echt leven is iets anders.
Het is dus niet toevallig dat de drie apostelen, die getuige zijn van Jezus’ verheerlijking op de Tabor, precies dezelfde zijn die getuige zijn bij zijn diepste vernedering en zijn aanvaarding van het lijden in de Olijfhof.
En dat geldt ook voor ons.
Verrukking én verbijstering bij wat je overkomt, horen er beide bij.
Dat is de prijs die wij betalen als wij echt willen leven.

Woestijnervaringen
ma 31 juli '23

Zondag 26 februari 2023, 1ste zondag van de Veertigdagentijd (jaar A)

Als God liefde is, dan is een volmaakte mens een volmaakt liefdevolle mens.
Maar zo volmaakt worden wij niet op de wereld gezet. In de eerste lezing hoorden we dat wij van bij onze geboorte al bekoord worden om juist niet liefdevol, d.w.z. op het goedzijn voor anderen gericht, te zijn. Maar alleen maar op het zorgen voor onszelf. Ook als dat schadelijk is voor anderen.
En meteen hebben we het daarmee gehad over de 2 fundamentele richtingen die een mens kan inslaan: gericht zijn op genegenheid, vriendschap en liefde voor anderen of alleen maar bezig zijn met jezelf, met het jezelf in het midden van de kosmos plaatsen en alles, ook de andere mensen, gebruiken om aan je eigen doelen en verlangens tegemoet te komen.
Voor de meesten van ons is die gerichtheid niet zo extreem eenzijdig, gaat het eerder om het bewandelen van een soort compromis tussen de twee.
Als God liefde is, dan is te ver overhellen naar het promoten van jezelf “zonde”, zeker als je daar anderen mee benadeelt. Wat bijna altijd het geval is.
En dan is bekoring niets anders dan verlokt worden om vooral goed voor jezelf te zorgen. Wat trouwens ook altijd leuker lijkt dan te zorgen voor anderen.
Als de menswording werkelijk heeft plaatsgevonden, als Jezus echt God was in de gestalte van een echte mens, dan heeft Hij die bekoringen ook gekend.

MACHT
En de eerste bekoring waar Hij mee te maken kreeg, was de aantrekkingskracht van geld, en de macht en het aanzien die je ermee kopen kan.
Meer zijn dan een ander, meer betekenen dan een ander, meer lijken dan een ander, belangrijker zijn dan een ander, meer macht hebben dan een ander.
Het is een van de meest vernietigende hartstochten die een mens kan bezielen. En tegelijk is het misschien ook wel de meest universele. Iedere mens kan erdoor gestuurd en zelfs ervan bezeten geraken.
En ze kan spelen in alle mogelijke situaties van het leven. Het is een hartstocht die kan zorgen voor conflicten tussen landen zowel als tussen enkelingen. In werksituaties, in gezinnen, in de sport, overal kan ze in de kop opsteken en de relaties verzuren en verzieken.
De aantrekkingskracht van geld en macht is altijd problematisch tot zelfs vernietigend. Zowel voor diegenen die zich erdoor laten overmannen als voor diegenen die er het slachtoffer van worden.
Soms denkt men dat mensen macht nastreven om aan meer geld te geraken.
Maar waarschijnlijk is dit alleen het geval bij de kleintjes onder de strevers.
Voor de grote jongens is macht de echte drijfveer.
En is geld alleen maar een middel om macht te verkrijgen of te vergroten.
Macht is de echte drijfveer. En geld dient alleen om nog meer macht te hebben over anderen.
In het verhaal dat we vandaag lezen, worden de verlokkingen van de macht aangedragen door de duivel. En de duivel wordt in de Bijbel nogal eens gesymboliseerd door een slang.
In dit geval heel terecht. Met de bekoring van de macht valt niet te onderhandelen. Vanaf het moment dat ze de kop opsteekt, moet je ze onmiddellijk neerslaan. Eens gebeten, ben je verloren.

DOM
De volgende bekoring waarmee Jezus in de woestijn geconfronteerd wordt is de bekoring van het vermetel vertrouwen. Ervan uitgaan dat je heel riskante en onwijze dingen mag doen vanuit de overtuiging dat God jou als gelovige wel zal behoeden. Een erg onnozele opstelling. Ik geloof dat God erg veel van ons houdt en ons wil helpen. Ik geloof vooral in de heilige Geest. Ik geloof dat als wij een beter mens willen worden, wij inzichten krijgen die echt van God komen en die ons leven voller en gelukkiger maken. Daarbij geloof ik wel dat ik niet de norm ben. Dat God andere mensen kan helpen op heel andere manieren. Ik geloof dat ook fysieke mirakelen mogelijk zijn. Maar ik geloof ook dat gelovige mensen die overmatig eten, drinken en roken evenzeer vroegtijdig sterven als niet-gelovigen.

KNIELEN
En over de laatste vertolking van de duivel kunnen we kort zijn. Het voor hem knielen wil zeggen: systematisch en bewust kiezen voor het kwaad.
Ik geloof niet dat iemand zo door-en-door slecht kan zijn dat God en zijn liefdevolle Genade hem niet meer kunnen redden.
Hoewel een psycholoog mij ooit zei dat door-en-door slechte mensen bestaan.
Maar dat was een psycholoog, geen theoloog.
Ik zou zo graag geloven wat Thérèse van Lisieux zei: “Ik geloof dat de hel bestaat, maar ik geloof niet dat daar Iemand in is”.
Ik wil dat ook graag geloven. Maar. . . misschien is dat ook een bekoring?

Pagina's